Vrijdag 13/03
We vertrekken vanuit Picton op deze Friday 13 th met Kathy aan het stuur. Noel heeft last van zijn sinussen. En daar hoort hoofdpijn bij. We volgen de Queen Charlotte drive: een toeristische en highly recommended route naar Nelson. 30 km bochten door de bergen. Langs de mooiste baaitjes, inhammen en haventjes…
Omdat de weg te smal, en de te bochten scherp zijn, mag er geen zwaar verkeer door… oef geen vrachtwagens die achter Kathy hangen en haar nerveus maken als ze tegen 30 per uur door de bergen scheurt.. We stoppen in een mooi baaitje (Ruby bay) en beslissen daar ons noodrantsoen op te eten (spaghetti uit blik). De achterdeuren van de camper wijd open, richting het strand. We ruiken het zilte water en de meeuwen dreigen onze spaghetti te pikken.. Hier zouden we uren kunnen blijven genieten, maar we moeten nog naar het Abel Tasman National Park vandaag.
In Motueka stoppen we en informeren we of we er kunnen duiken… ja hoor, dat kan, maar dan moeten we een gids, de duik, het materiaal betalen, én ook nog een boot charteren… Zelfs naar NZ’dse normen is dat echt te duur.
Een dagtocht langs het strand en door de regenwouden zien we uiteraard ook wel zitten (mooi weer verwacht!) …Met de auto geraak je er niet, dus boeken we een watertaxi. Die zal ons morgen naar de mooiste strandjes van het park brengen. Van daar komen we dan te voet terug, langs het water, met de kayak en door het regenwoud. De wandelwegen zijn hier even goed onderhouden als de wegen. Wegwijzers, moeilijkheidsgraad, duurtijd, alles is picobello in orde.
Onze rugzak met veel water, zonnecrème, zwemgerief en regenjassen staat al klaar. Morgen nog voor de picknick zorgen..
To be continued tomorrow evening….
Zaterdag 14/03
Veel hebben we niet geslapen deze keer. Jonge amokmakers zorgden voor heel wat nachtlawaai. We staan vroeg op, maken een lekkere picknick klaar (boterhammetjes, banaan, appel, powerbars… ) we kunnen er tegen aan gaan, en gaan op zoek naar onze watertaxi.
Na een rustige boottocht van een uurtje worden we op een prachtig strand gedropt. Van daar uit is het te voet naar een ander strandje (2 baaitjes verder) waar de watertaxi ons om 5 weer zal oppikken. We leggen de eerste 8 km af in 3 uur. Afwisselend strand en bos, berg op, berg af…
Ons zwemgerief gaan we niet nodig hebben, het water is azuurblauw, maar ijskoud…langer dan 2 seconden hou je het er niet in uit.. 16 graden.. Brrrr….
We stoppen op een mooie lookout om te picknicken. Het zicht over de baai is adembenemend.
Het 2de deel van de route is ofwel kort (bij laag water loop je gewoon een half uurtje over het strand), ofwel heel lang nl 4 km, waarover je minstens 2 uur loopt, want bij hoog water moet je door het woud, opnieuw berg op berg af… We hebben ‘chance‘… en krijgen de lange mooie weg te gaan en te zien.. We stoppen even bij Cleopatra’s pool. Neen, geen swimming, pech, want het water is er even koud als de zee…Wel risky, want je moest een riviertje over via spakgladde rotsen. Niet diep, niet gevaarlijk, wel koud en nat…. Ik heb de overtocht van Noel gefilmd… was bijna materiaal voor funniest home video’s J vermoedelijk gecensureerd. .
Om 4 uur komen we uitgeput aan op het strandje (die 2 x 2 u fitnesstraining per week zijn daar niks tegen). Maar de zon schijnt, het is er rustig en buiten een paar moedige kajakkers die passeren, zijn we er zo goed als alleen… Om 5 u is de watertaxi er weer, en die brengt ons weer naar de bewoonde wereld.
Abel Tasman (= de Nederlander die het land de naam Nieuw Zeeland gaf), we hebben slechts een heel klein stukje van je nationaal park mogen ontdekken, maar dat was een belevenis die we niet snel gaan vergeten. Ik voel mijn enkels, mijn voeten, en mijn kuiten met de seconde stijver worden.. Wat een geluk dat we morgen vooral km moeten afleggen met de wagen, richting westkust.. Het schijnt dat het daar natter en kouder is.. Maar tot nu toe heeft er nog niet veel geklopt van de weersverwachtingen, dus misschien hebben we geluk, en hebben wij daar wel zon? Who cares, we zijn op goei en slecht weer voorzien…
We stoppen al om 20 h, na amper 80 km, in Tapawera, het hol van …. We zijn te moe, en hier is een kleine camping. De prijs is amper 10 eur voor 2 personen, de camper én elektriciteit. Maar alle faciliteiten zijn er en alles is primitief en verouderd, maar heel proper… er is zelfs een wasmachine en een droogkast. Ideaal om nog wat spullen te wassen.
En nu ’oogjes dicht en snaveltjes toe - slaap lekker’.
Zondag 15/03
Vanuit Tapawera rijden we naar Murchison. Onderweg zien we de grootste swingbridge van NZ over de Buller River. We stoppen uiteraard om een kijkje te nemen en we laten ons verleiden tot een Cometline flight in duo. (als alternatief voor een bungeejump, kan dit ook al tellen). Ze steken ons in een harnas en aan en stevige kabel (op 80 m hoog) maken we een deadride naar de andere kant van de 160 m lange brug. Als je het solo doet haal je een snelheid van 40 à 50 km/ uur. Met 2 zwaargewichten samen, gaat het ‘ietsje’ sneller.
We strekken daarna nog even de benen en maken een wandeling door het oude goudzoekersgebied en rijden dan verder door de prachtige Buller kloof.
Typisch voor NZ zijn de one lane bridges of de one lane ways. Van 2 rijstroken ga je naar 1, omdat de weg of de brug te smal is. Gelukkig zijn er duidelijke voorrangsregels en zijn de chauffeurs (ook Noel) hoffelijk - wees een heer in het verkeer.
Overal waar je stopt, vind je altijd heel wat toeristische informatie. We lezen dat er in Charleston de mogelijkheid is om te gaan blackwater raften… Whitewater raften dat kennen we, (en dat hebben we gepland voor Queenstown of Te Anau). Blackwater raften is eigenlijk hetzelfde, maar dan ook onder de grond, via grotten. Yes, dit lijkt iets voor ons.
We reserveren deze trip voor morgen en we zoeken de Constance Bay op, waar het aanbevolen is te parkeren, free camping, en we genieten alweer van het zicht op de baai en de ondergaande zon…. Meer moet dat niet zijn.
Er is 1 ding in NZ dat behoorlijk tegenvalt en dat zijn de sand flees…. Overal zitten deze vervelende vlooien/vliegjes. En ze steken altijd als ze kunnen. Als je ze voelt, is het meestal al te laat. Verdomd kleine beestjes en hun steken zijn een stukje erger dan onze muggenbeten. Onze (jaja, ook die van Noel die in belgië noooooit gestoken wordt) benen, enkels, tenen, armen,….. Ze zijn al serieus getatoeëerd ondertussen. Een zalfje helpt enkele uren tegen de jeuk. Krabben doe je best niet! Dat maakt het alleen maar erger… Als het kriebelt…… AFBLIJVEN, alleen besef je dat ‘s nachts soms te laat… grrrr….
Maandag 16/03
Het goudstadje Charleston (nu 150 inwoners, vroeger in de golden days 20.000) ontwaakt en wij ook. We gaan naar de uitbaters van de underworld rafting.
We zijn met 5 (wij, een Nederlands koppel + de gids).
We krijgen al een deel van onze uitrusting: helm met lampje, wetsuit van 7mm (watertemperatuur ongeveer 11°), botjes, peddelhandschoenen en een reddingsvest.
Dan stappen we de bus in en we rijden naar een speciaal bushtreinstationnetje. Van daaruit gaat het langzaam de bush in. Na 2 km droppen ze ons in het midden van het regenwoud. In de changing area (lees: open plaatsje in the bush) mogen we onze natte, koude uitrusting aantrekken. En daar krijgen we elk nog een binnenband (yep, want daarin zullen we gaan raften). De ingang van de grot ligt 80 meter hoger…Tegen dat we daar boven aankomen hebben we helemaal geen koud meer.
We volgen de ondergrondse gangen ongeveer 2 km te voet. Het lampje op de helm komt goed
van pas. Het is er pikkedonker. Wat we ondertussen te zien krijgen is ongelooflijk; rotsformaties, stalactieten, girafprints, duizenden schitterende diamanten (waterdruppels op het plafond) andere prachtige afzettingen….
Na de kalksteen (limestone) krijgen we keien en we zakken af naar het water. De gids stelt voor om de lampen te doven. Slik. Zo gezegd, zo gedaan. We worden verrast door 100de glowworms die de grotten ‘verlichten’.
En dan volgt de rit door de grotten (nog 1km ongeveer) in het water. In onze binnenbanden, aan mekaar gehaakt, in het donker, laten we ons meedrijven. Boven ons verlichten miljoenen glowwormen (precies de melkweg) onze weg. Onbeschrijflijk. We eindigen in een ondergronds meertje, en komen via een smalle uitgang in de rivier terecht (the Nile); van daaruit raften we, buiten, in de zon, verder naar onze pick-up plaats. Onderweg komen we enkele kleine versnellingen tegen, net genoeg om helemaal nat te worden. Op
www.caverafting.com (onder 2009-03-09 morning) hebben ze de foto’s van onze ‘expeditie’ gezet. We hebben ze zelf nog niet gezien…
Tot nu toe zijn de weergoden ons al beter gezind geweest op het Zuidereiland dan op het Noordereiland. Van mij mag dit zo blijven ;-)
We hadden eigenlijk op onze rit naar de 2 Glaciers niks voorzien, behalve genieten van het mooie landschap en kilometers vreten.. Deze 2 leuke extraatjes, die zullen we niet snel vergeten…
Ik las in het vliegtuig in de Vitaya van februari (of was het de Goedele?) dat blije mensen hun geluksgevoel niet afhangt van de hoeveelheid materiële dingen die ze hebben of verwerven, maar dat blije mensen gelukkiger worden van de ervaringen die ze opdoen, van de nieuwigheden die ze ontdekken.
Wel, dat klopt zeker en vast wat ons betreft. We verleggen samen voortdurend onze grenzen, (letterlijk en figuurlijk) en we genieten bewust én intens van al deze nieuwe grootse natuurwonderen, maar ook van alle kleine dingen. Elke dag is er wel iets waarvan we verwonderd zijn, of waarvan we zeggen dat we dat nooit willen vergeten.
Tegenover deze ’relatief’ korte periode die ons behoorlijk wat centjes kost, staat een hoop ervaringen, herinneringen die onbetaalbaar zijn, en die oneindig lang gaan ‘meegaan’.
We weten nu al dat we, (net zoals van onze vorige reizen) nog heel lang gaan blijven nagenieten van ons avontuur Down Under.
We hebben vanavond voor een Aussiemeal gekozen; krokodil als voorgerecht en kangoeroe als hoofdschotel. Lekker!
Time to sleep.. Morgen gaan we de bergen in: Fox Gacier en Frans Jozefs Glacier staan op ons te wachten.